Nieuwe pagina 6 Welkom op deze Site Schijndel

Welkom op deze Site

Schijndel

Toen en Nu

 

 

Als Schijndelaar geboren Als Schijndelaar Geboren

Voor Echte Schijndelaren

  Jansen de Wit

klik hier voor als je als Schijndelaar bent geboren en laat een mooi bericht achter.
 
 
Hier kunt u foto's vinden van het plaatsje
Schijndel van vroeger en nu
Veel kijk plezier
 
 

Klik op een van de bruine tekst

Het Centrum, Boschweg, Hoevenbraak Wijbosch
of op het verkeersbord

Wijbosch Hoevenbraak Boschweg Het Centrum Links  

 
Luchtfoto's en de Inwoners van Toen.

Jansen de Wit

Bolsius

en de Oorlog''s  jaren, Pentekeningen, Links.

Jan van Amstel Jan van Amstel

Ik wens u veel kijk plezier toe bij het bekijken van de foto's.
Heeft U nog oude foto’s,  en u wilt ze zien op deze site,
Ze zijn van harte welkom.

Hoofdstraat 18, 20-22

Hoofdstraat 18, 20-22

Zwembad De Molen Hey

Zwembad De Molen Hey

Zwembad De Molen Hey

Zwembad De Molen Hey

reactie Voor foto,s van Toen en Nu ,ze zijn van harte welkom.

Met een oppervlak van 4.155 ha behoort Schijndel tot een van de kleinere gemeenten in Nederland.
De bevolking van Schijndel groeide met name in de 19e eeuw.
Schijndel groeide in korte tijd van 6.126 inwoners in 1921 tot ruim 23.000 inwoners nu.
 
Historie van Schijndel
Voor zover bekend, wordt Schijndel voor het eerst genoemd in een schrijven van Hertog Jan II,
die in het jaar 1299 octrooi (= machtiging) gaf tot het oprichten van de Couveringse Molen.
In zijn brief komt Schijndel voor onder de naam ’Skinle’.
Deze naam zou zijn ontstaan te danken hebben aan een eikenbos,
waar men in die tijd schors (skin) ging halen voor het bereiden van run.
Run werd gebruikt bij het looien van huiden.
Volgens andere bronnen is de naam Schijndel gevormd uit de woorden schijn (spook) en loo (bos), schijnloo: spookbos.

De uitgifte van de gemeente
Op 6 december 1309 werd de ’gemeynte’ Schijndel door Hertog Jan II aan de inwoners uitgegeven.
Deze uitgifte wordt in het algemeen aangemerkt als stichtingsakte.
In deze akte werden de dorpsgrenzen vastgelegd en werd het recht verleend om vreemd vee uit de ’gemeynte’ te weren.
De daaropvolgende eeuwen werd de
’Heerlijkheid van Schijndel’ vele malen verpand en toegeëigend.
Tot het jaar 1612.
Dat jaar kochten de burgers van Schijndel de heerlijke rechten van de toenmalige hertog af voor € 1.021,01.


Armoede in de 16e en 17e eeuw
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, van 1568 tot 1648, werd Schijndel vrijwel geheel verwoest en leeggeroofd.
Na 1648 behoorde Brabant tot de generaliteitslanden,
waardoor het werd beschouwd als een wingewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden.
De Staten-Generaal van de Republiek streefde naar uitroeiing van het katholicisme,
het onmogelijk maken van elke ontwikkeling en het weren van handel en industrie.
Het vroeger bloeiende dorp Schijndel, dat in 1650 ongeveer 375 huizen telde, verviel tot bittere armoede.


Het ontstaan van ambachten
In de eeuwen daarna heeft Schijndel zich geleidelijk weer tot een meer welvarend dorp ontwikkeld.
Vanouds kende het voornamelijk landbouw en veeteelt.
Door de aanwezige houtrijkdom ontstonden er in de loop der jaren ook ambachten zoals
het maken van klompen, hoepels en manden.
Daarnaast bevorderden de teelt van hop en de handel daarin het bierbrouwen,
zodat er in het jaar 1716 zelfs zeven brouwerijen waren.


De eerste verkeersverbindingen
Schijndel, vanouds verdeeld in vijf gehuchten (te weten Wijbosch, Elschot, Borne, Lutteleind en Broekstraat)
kende tot 1740 alleen zandwegen.
In 1740 kwam de eerste weg van keistenen.
Dit was een weg van ’s-Hertogenbosch naar Best.
Bijna een eeuw later, in 1830, volgde de ingebruikname van de Zuid-Willemsvaart.
De ontsluiting van de gemeente kwam in 1873 echter pas goed op gang door de aanleg van de spoorlijn Boxtel-Gennep
(in de volksmond bekend als ’Duits lijntje’) en door de tramlijn ’s-Hertogenbosch-Eindhoven in 1899.


Welvaart in de 19e eeuw
In de 19e eeuw werd in Schijndel het leerlooiersbedrijf uitgeoefend.
Zo telde het dorp in 1865 zeven leerlooierijen.
Omstreeks 1850 waren de landerijen over het geheel genomen niet meer toereikend om daarvan te kunnen bestaan en is men zich meer gaan toeleggen op de handel.
Daarbij bleven de houtproducten, zoals klompen en hoepels, een belangrijke plaats innemen.
In de Molenheide werd sinds 1898 een steenfabriek geëxploiteerd. In de periode van 1900 tot 1925 werkten op deze fabriek bijna 150 personen.
In 1930 werd de steenfabricage gestaakt.

Doorslaggevender voor de welvaart van Schijndel waren de oprichting van de waskaarsenfabriek
van de familie Bolsius in 1871,
en de kousenfabriek van Jansen de Wit in 1915.
Van belang was ook het besluit van pastoor A. van Erp in 1836 om een zusterklooster in Schijndel te stichten.
De zusters gaven onderwijs aan meisjes en verzorgden bejaarden.

De bevolkingsgroei
Het inwonertal van de gemeente Schijndel begon in de 19e eeuw toe te nemen. 
De groei van de bevolking was daarvoor beperkt gebleven door armoede en het op latere leeftijd huwen
of ongehuwd blijven vanwege het gebrek aan bestaansmogelijkheden.
In 1921 had Schijndel 6.126 inwoners.
Het voorlopig aantal inwoners per 1 Januari 2014  is 23360
 
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
De naam Schijndel
In 1299 wordt Schijndel voor het eerst vernoemd als Skinle.
Schijndel zou zijn naam te danken hebben aan een eikenbos,
waar men in die tijd schors ging halen voor het bereiden van run.
Andere bronnen spreken van een schijn en loo: spookbos.
 
Geschiedenis van Schijndel

Graafschap Rode
De eerste ontginningen vonden in de vroege middeleeuwen plaats op vruchtbare bosgronden langs de Aa.
In de vroegste periode maakte Schijndel deel uit van het Graafschap Rode.
In die periode werden de inwoners van Schijndel dan ook met de naam "Rodenaren" aangeduid
en ontving het dorp zijn costuimen en landrechten naar Roois recht.

Hertogdom Brabant
Met de verkoop van het graafschap Rode door de graaf van Gelre aan de hertog van Brabant kwam Schijndel in de 13e eeuw bij het hertogdom Brabant als onderdeel van de Meierij van 's-Hertogenbosch
en bleef het resorteren onder het kwartier Peelland.
Sinds 1309 is Schijndel officieel een gemeente, wanneer Hertog Jan II van Brabant de parochianen
het recht geeft tot het gebruik van gemeentegronden.
De omvang van de gemeente Schijndel stond reeds rond 1299 enigszins vast, toen de hertog van Brabant de dorpsgrens noemde bij de stichting van de Koeveringse molen op de plaats waar de limieten van Sint-Oedenrode, Veghel en Schijndel bij elkaar kwamen.

De heerlijkheid Schijndel wordt in de loop der tijd meerdere malen verpand aan vruchtgebruikers.
Onder andere aan de familie Van der Leck, die de heerlijkheid Schijndel bezaten van 1398 tot 1454.
In 1612 werden de heerlijke rechten door de inwoners van Schijndel afgekocht en werd de plaats een hertogsdorp.
Vanaf 16e eeuw gaat het slecht met de Meierij. Schijndel heeft te lijden onder de Gelderse oorlogen.
In 1512 wordt Schijndel door Gelderse troepen afgebrand.
In 1542 plundert en brandschat de Gelderse hoofdman Maarten van Rossum de Meierij.
Schijndel blijft dan gespaard.
Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog had Schijndel, net als omringende plaatsen, te lijden onder oorlogsgeweld.
In 1583 werd Schijndel door Staatse troepen onder baron van IJsselstein, die van tevoren reeds Veghel en Erp verwoest hadden, totaal platgebrand en verwoest.
De troepen verschenen ’s nachts in Schijndel en staken de huizen en het koren op het veld in brand.

Staats Brabant
Sinds 1648 was Schijndel onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De Meierij van 's-Hertogenbosch en al haar toebehoren werd toegewezen aan de Staten.
Staats-Brabant had de functie van militaire buffer voor de Republiek, en ook Schijndel had weinig tot geen mogelijkheden om tot economische groei te komen. Het werd een tijd van weinig vooruitgang.
De Sint-Servatiuskerk werd genaast en voortaan gebruikt voor protestantse erediensten.
De Schijndelse bevolking ging daarop vanaf het jaar 1649 ter kerke in een Veghelse grenskerk direct over de landsgrens met Uden, dat destijds niet tot Brabant behoorde, maar tot het vrije Duitse Land vanRavenstein.
Die kerk werd tot aan de Franse inval van 1672 gebruikt door deVeghelse parochianen en in eerste instantie ook nog door parochianen uit Sint-Oedenrode en Schijndel.
Bij de Franse inval van 1672 had Schijndel opnieuw zwaar te lijden.
De landerijen en woningen buiten de kom van Schijndelwerden leeggeroofd en geplunderd.
Na de Franse inval werd het de katholieken van de Meierij toegestaan om schuurkerken te gebruiken.

Franse Tijd en Koninkrijk der Nederlanden
Pas in 1795 verwierf Schijndel weer godsdienstvrijheid.
In 1814 werd de Meierij een volwaardig onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden.
In 1944 is door oorlogshandelingen tijdens de Operatie Market Garden het gemeente-archief verloren gegaan,
zodat veel bevolkingsgegevens zijn verdwenen.
Bekend is echter dat het aantal inwoners toenam van 4.000 in 1847 via 5.500 omstreeks 1900, tot 11.000 in 1954. In 1984 werd de 20.000e inwoner ingeschreven, waarna de bevolking geleidelijk aan doorgroeide tot 23.000 in 2008.
 
Bezienswaardigheden in Schijndel
Schijndel is een zeer langgerekt dorp met het centrum ongeveer halverwege ter hoogte van de Sint-Servatiuskerk. Schijndel kent onder meer de volgende bezienswaardigheden:
- Neogotische kerk van Sint Servatius uit 1839.
In de kerk bevindt zich de grafzerk van de oude zeeheld Jan van Amstel.
Deze bewoonde het huis "De Stenen Kamer" en is in 1669 te Schijndel gestorven.
De betrekkelijk lage toren van de kerk is laatgotisch.
Ze heeft geen steunberen maar wel geledingen, boogfriezen en een traptoren.
Op het kerkplein een bevrijdingskapel 1953, ontworpen door Peter Roovers, en een kunstwerk.
- Brouwerij van Sint-Servattumus.
Deze brouwerij aan de Ericastraat, die sinds 1996 geopend is,
is vernoemd naar de patroonheilige van Schijndel, Sint-Servatius.
De brouwerij is te bezichtigen.
De hopteelt zorgde voor het floreren van tal van brouwerijen in Schijndel, maar de laatste hiervan,
Brouwerij De Zwaan, werd stilgelegd in 1939.
- Windmolen Aan de Pegstukken.
Deze stenen korenmolen uit 1845 is in 1984 gerestaureerd.
- Windmolen Catharina, stenen beltmolen uit 1837, aan de Hoofdstraat.
- Schaapskooi Schijndel, aan Martemanshurk 12.
- Voormalige Hervormde kerk, een waterstaatskerk uit 1811, aan de Hoofdstraat.
- Vele beelden, waaronder grote abstracte werken, zijn door heel Schijndel te vinden.
Een beeldenroute voert langs 80 kunstwerken.
- Het Jansenpark aan de Hoofdstraat, aangelegd door de kousen- en sokkenfabriek Jansen de Wit, in 1955 tegenover het fabriekscomplex, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de fabriek.
In 1970 werd het park aan de gemeente geschonken door Matthieu en Wim Jansen, bij hun afscheid als leider van de fabriek. Eind jaren '80 van de 20e eeuw werd de fabriek gesloopt,
daar staan nu woonhuizen. Later is in het park een vijver aangelegd.
- Borstbeelden van enkele leden van de familie Jansen zijn bij de ingang van het park te vinden.
De Kousenbreister van Niek van Leest staat langs een wandelpad.
Voorts is er een het bronzen beeld: Van der Hoogen van Jan Bronner, geplaatst in 1991,
naar het personage uit het boek Camera Obscura van Hildebrand.
- Het Sint-Jozefklooster aan de Pastoor Van Erpstraat is het Moederhuis van de Zusters van Liefde van Schijndel.
Vanaf de stichting van de Congregatie in 1836 hebben hier zusters gewoond.
De neogotische voorgevel van dit enorme complex dateert van 1863, het gasthuis is uit 1870, de kapel is uit 1899.
- Het Monument Highland Division, aan de Rooiseweg, bij de ingang van Schijndel, uit 1994.
- Het Sint-Lidwinaziekenhuis met kapel, aan de Jan van Amstelstraat, geopend in 1934, opgezet vanuit de Zusters van Liefde vanSchijndel als zusterhuis, pension en rusthuis.
In 1969 sloot het als ziekenhuis. Later werd het een zorgcentrum,
maar in 2000 vertrokken de bejaarden hieruit naar het Mgr. Bekkershuis.
Sedert 2001 werd het bewoond door werknemers van een uitzendbureau en uiteindelijk zou het worden verbouwd tot appartementencomplex, wat in 2012 geheel gereed zou zijn.
De kapel werd omgebouwd tot woonservicecentrum, waarbij het fraaie interieur van de voormalige kapel sterk werd verminkt, hetgeen tot veel kritiek heeft geleid.
- Monument voor Jan van Amstel.
Dit bevindt zich in een plantsoen tegenover het Lidwinacomplex.
Het is een zuil waarin hardstenen platen zijn aangebracht die onder meer enkele lofdichten van tijdgenoten op de zeeheld tonen, namelijk geschreven door Joost van den Vondel en door Joannes Antonides van der Goes.
De zuil werd opgericht in 1896 en is hersteld en verplaatst in 1969.
- Onze Lieve Vrouw van de Heilige Rozenkranskerk, aan de Boschweg.
Deze kerk is ontworpen door de Tilburgse architect Philip Donders en ingewijd op 24 juni 1929.
De bouwgeschiedenis kende tegenslagen vanwege de zachte bodemgesteldheid, waardoor zwaar geheid moest worden.
De plannen werden slechts gedeeltelijk ten uitvoer gebracht, en kerk en toren zijn pas afgebouwd in 1955.
Achter de kerk bevindt zich een begraafplaats.
Onder de toren bevindt zich een Mariakapel waarin een drieluik, Maria met de Rozenkrans voorstellende,
en een tweetal gebrandschilderde ramen.
- Sint-Pauluskerk aan de Hoevenbraak.
De parochie is opgericht op 1 augustus 1948. In 1949 kwam een noodkerk gereed.
Deze werd te klein en toen het dak van de Sint-Servatiuskerk ging inzakken werd de noodkerk door een nieuw gebouw vervangen dat op 31 augustus 1963 werd ingewijd en 1100 mensen kon bevatten.
Architect was J.C. van Buijtenen.
Ten gevolge van de ontkerkelijking werd deze kerk spoedig te groot en werd in 1994 afgebroken.
Op 25 juni 1995 werd een nieuwe, kleinere, kerk ingewijd.
In 1997 kwam er een orgel, in 2001 kwam er nieuw meubilair in het koor, en in 2004 kwam er een beeld van de Heilige Paulus.

Musea in Schijndel
- Museum Jan Heestershuis aan de Pompstraat 17 is het huis en tuin van de Schijndelse kunstenaar Jan Heesters.
Dit werd na diens dood aan de Schijndelse gemeenschap geschonken en geeft een beeld
van deze schilder, tekenaar en etser.
In de tuin worden beeldententoonstellingen gehouden en in het huis zijn wisselende tentoonstellingen te zien die betrekking hebben op Jan Heesters en anderen.
Het huis, waarvan het interieur nog intact is, is een rijksmonument uit 1760.
- Atelier van Oorschot aan Venushoek 2a was het voormalig atelier
van de Schijndelse kunstenaar Dorus van Oorschot, schilder van landschappen en stillevens.
Het atelier en de werken van de kunstenaar, bestaande uit 160 schilderijen, waren er te zien van 1997-2008,
terwijl er ook wisselende tentoonstellingen werden gehouden van hedendaagse kunstenaars.
Begin 2009 is de inventaris overgebracht naar Museum Jan Heestershuis.
 
Economische ontwikkeling van Schijndel
Als er iets typerend is voor de economie van Schijndel is dat de eeuwenoude traditie van hopteelt.
Het is deze teelt die Schijndelarende bijnaam Skčndelse Hopbel gaf.
Reeds rond 1400 is er sprake van hopteelt in Schijndel. Deze teelt was zwaar, maar loonde blijkbaar de moeite.
Door de eeuwen heen blijft er in Schijndel sprake van hopkuilen en vanaf de achttiende eeuw staat Schijndel
dan ook bekend om de teelt van hop.
Vanaf 1755 werd de hop in grote hopwagen gewogen. Schijndel telde toen ook maar liefst zeven brouwerijen.
In de 20e eeuw was de hopteelt in Schijndel compleet verdwenen.
In 2004 werd een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de herinvoering van de hopteelt.
In 2005 is er een proefveld aangelegd.
Een deel van de hop wordt gebruikt door de plaatselijke brouwerij Sint Servattumus.
- Naast hopteelt kende Schijndel vanaf het begin van de 19e eeuw de klompenmakerij als economisch bestaansmiddel. Deze klompenindustrie was mogelijk vanwege de aanwezigheid van de vele populieren, waarvan het hout werd gebruikt. Ook enige leerlooiersactiviteit kwam voor.
Omstreeks 1925 telde Schijndel nog 64 klompenmakers,
maar toen kwamen ook de fabrieken op die de klompen machinaal vervaardigden.
Klompenmakerij Van Kaathoven is nog een dergelijke fabriek, die ook te bezichtigen is.
- In dezelfde periode begon voorzichtig de eerste industrievestiging in Schijndel.
In 1871 begon Antonius Bolsius een blekerij van bijenwas te Schijndel.
Deze groeide uit tot de kaarsenfabriek Bolsius die momenteel een begrip is in Europa.
- De kousenfabriek van Jansen de Wit, geopend in 1915, vormde ooit een van de grootste werkgevers in Schijndel.
Het Jansenpark herinnert hier nog aan.
In de jaren '70 van de 20e eeuw ging het steeds slechter met het bedrijf en in 1985 sloot deze fabriek definitief en de gebouwen werden gesloopt.
- De steenfabriek aan de Molenheide in Schijndel, heeft bestaan van 1898-1930
en in de hoogtijdagen werkten er 150 mensen.
De daarbij ontstane leemkuilen werden in de daaropvolgende jaren in het kader van de werkverschaffing
tot een openluchtzwembad omgebouwd.
- De vestiging van industrie zorgde er voor, dat Schijndel matig begon te verstedelijken aan het begin van de 20e eeuw.
In 1930 was reeds meer dan de helft van de inwoners van Schijndel de landbouw niet meer toegedaan en vormde Schijndel met buurgemeente Veghel een van de meest geďndustrialiseerde gemeenten van Oost-Brabant.
- Wederzijdse belangen zorgden voor een goede samenwerking tussen Schijndel en Veghel,
waaraan men refereerde met de benaming De twee-eenheid.
Schijndel en Veghel delen nog altijd veel industriële en infrastructurele belangen en vormen met hun nabijgelegen industrieterreinen een belangrijke bron van werkgelegenheid.

Stedelijke ontwikkeling van Schijndel
Schijndel was vanouds een groot dorp, maar heeft nooit stedelijke omvang of functie bereikt.
Deze plaatsen die reeds vóór 1850 meer dan lokale betekenis hadden, worden met de term ‘vlek’ aangeduid.
Vlekken vertonen vaak een mengeling van historische ontstaans- en groeifactoren.
Meestal dateren deze nederzettingen uit de hoge middeleeuwen en waren het primaire kerkdorpen met een marktfunctie, blijkens de aanwezigheid van een plein.

De Rooise koster Adriaan Brock beschreef Schijndel begin 19e eeuw als volgt:
"Schyndel, een der schoonste en grootste dorpen, niet alleen van Peelland, maar zelfs ook onder die van den anderen Meieryschen kwartieren, ligt twee uuren ten zuidoosten van ’s-Hertogenbosch en een uur gaans noordelijk van St. Odenrode, is in ’t midden zeer digt betimmert met fraaije en treffelyke gebouwen."

Ondanks de grootte van Schijndel bleef Schijndel tot aan de Tweede Wereldoorlog
een plaats met een zeer dorps karakter.
Na de Tweede Wereldoorlog begon Schijndel hard te groeien.

Landschappelijke ontwikkeling van Schijndel
Schijndel is gelegen op een dekzandrug tussen de beekdalen van de Aa en Dommel op 8 á 10 meter boven de zeespiegel. Rond de dekzandrug lagen drassige broekgronden,
waarvan de hogere gedeelten gebruikt werden voor bewoning, zoals Smaldonk en Liekendonk.
Door de kleinschalige verkaveling, het patroon van zandpaden en kleine bosjes ontstond het typisch Meierijs landschap. Grotere akkerbouwcomplexen ontstonden en werden in de loop der tijd 'opgehoogde' akkers, die hedentendage terug te zien zijn als bolle akkers bij Venushoek en Borne.
Op de deels sterk lemige gronden in de gemeente Schijndel werden vanaf 1750,
vanwege het voorpootrecht, veel populieren aangeplant.
Tussen 1760 en 1780 vond de grootste toename van houtteelt plaats in de
gemeenten Schijndel - St. Odenrode - Udenhout en Veghel.
Met de aanplant van populieren, het patroon van zandpaden en vochtige broekgronden ontstond op deze wijze
het zo kenmerkende Meierijse "Peppellandschap".
Dit landschap was in feite puur economisch, aangezien de populierenteelt grotendeels in dienst stond
van de klompenindustrie.
Kerngebied van deze klompenmakerij, en dus ook van de populierenteelt, werd met name gevormd door de gemeenten St. Odenrode, Schijndel, Veghel, Liempde, Best en Boxtel.
Met name rond Wijbosch ontstonden productiebossen.
Het voorpootrecht bestaat nog steeds in Wijbosch. Het natuurgebied Wijboschbroek was ooit een productiebos.

Een van de kleinschalige cultuurlandschappen die daaruit ontstond was De Smaldonken,
een gebied ten noordoosten van Schijndel.
In het Heempark De Blekert, aan de Beemdstraat, zijn een aantal oude landschapselementen gereconstrueerd,
zoals een elzenbroekbos, een hooiland en een griend.
Een blokhut dient als informatiecentrum en er zijn voorwerpen die betrekking hebben op
mandenmakers en hoepelmakers, die immers griendhout gebruikten.

Door te intensieve beweiding en de werking van de wind werden in het zuidoostelijk deel van Schijndel, op de grens met de gemeente Veghel stuifduinen gevormd, onder meer in het gebied Vlagheide.
Het herstructureren van de Vlagheide is momenteel een intergemeentelijk plan.
Onder de titel Masterplan Vlagheide wordt in samenwerking met St. Odenrodee en Veghel gekeken
naar een nieuwe inrichting van de Vlagheide.
Doel is om het landschap bij de in 2003 gesloten vuilstort De Vlagheide te versterken
en een nieuwe impuls te geven met natuurontwikkeling, ecologie en toerisme.
 

 
 

 

Wij wensen u veel plezier op deze site.

 

Theo met het nummer Schijndel

Wim van Kaathoven met het nummer Het Skonste Plekske

 

Leo van Schijndel
Lid van De Heemkundekring Schijndel.

Webmaster

          Schijndel Toen en Nu,  het verleden klik op een van de boeken.     

schijndel@kpnmail.nl